|
Verslag seminar “Identity management in de keten” Vrijdag 17 juni 2011 EIC, Noordzeeweg, Rozenburg
Op vrijdag 17 juni verwelkomde het Educatief Informatiecentrum in Rozenburg zo’n vijftig deelnemers (publieke en private partijen) bij het seminar “Identity Management in de Keten” (IDMK), georganiseerd door het intersectorale programma met dezelfde naam. Dit onderzoeksprogramma vormt onderdeel van het ketenprogramma “Ladinggegevens”, dat beoogt om vertrouwen, samenwerking en concrete ketenvoorzieningen te realiseren tussen de ketens “Transport & Logistiek”, “Verkeersmanagement”, “Toezicht en handhaving” en “Crisismanagement & Veiligheid”. Door de relatief niet-bedreigende lens van “informatiemanagement” probeert ketenregisseur Studio Veiligheid een stimulerende bijdrage te leveren aan schoon, vlot en veilig transport, wat nog steeds de motor van de Nederlandse economie is.
De dag werd geopend door Henk de Jong, diensthoofd van de Zeehavenpolitie Rotterdam-Rijnmond, die als penvoerder optreedt voor dit onderzoeksprogramma. Henk verwelkomde de deelnemers, benadrukte het innovatieve karakter van deze dag, en maakte expliciet dat “er vandaag echt gewerkt gaat worden!” Henk onderstreepte het belang van Identity Management in de Keten voor alle betrokken ketenpartners in relatie tot informatievoorziening bij incidenten, in het bijzonder voor inspectie, opsporing, toezicht en handhaving.
Het ochtenddeel van de dag was dus geen seminar, maar een echte werksessie. In plaats van over ketensamenwerking te praten, gingen de deelnemers het gezamenlijk doen. Maar dan wel in spelvorm – een serious game. Waarom een spelvorm? Ten eerste is een spelomgeving een stuk minder risicovol dan een echte omgeving. Ten tweede brengt het mensen van verschillende domeinen met direct elkaar in contact, terwijl ze elkaar op reguliere bijeenkomsten weinig ontmoeten. Ten derde houdt een spel de aandacht van de deelnemers veel langer vast dan, zeg, zestig slides over het gezamenlijk ketenbelang. In een sector met het credo “niet lullen maar poetsen” werkt dat erg goed. En last but not least maakt een spel de meerwaarde van de boodschap van IDMK heel zichtbaar. Hoe werkte dat spel? In het spel wordt een scenario nagebootst, in dit geval een calamiteit op de Maas bij de Biesbosch. Het doel van het spel bestaat er uit om in vijftien rondes van elk één minuut, met vier rollen gezamenlijk het incident zo effectief mogelijk te bestrijden. ‘Effectief’ wordt weergegeven door drie schademeters en een vertrouwensmeter. De vier rollen zijn: Politie, Brandweer, Ambulance, en Private partij. De meldkamer fungeert als ‘spelleider’. Het ‘gezamenlijk’ in de doelstelling krijgt vorm door het delen met elkaar van “informatiepakketjes”. Iedere rol kan informatie brengen en wil informatie halen; dit om de eigen taak zo goed mogelijk uit te voeren, maar ook om de weg vrij te maken zodat anderen hun taken goed kunnen uitvoeren, en zo een optimaal gezamenlijk resultaat kunnen halen. Daarbij worden twee vormen van informatie-uitwisseling getest: de oude, hiërarchische (verticale) vorm, en de nieuwe, netcentrische (horizontale) vorm waarbij alle deelnemers een gelijk informatiebeeld krijgen. De informatiepakketjes waren gesorteerd in drie bomen: fysieke schade; gezondheidsschade, en economische schade. Effectief uitwisselen van informatiepakketjes levert spelpunten op.
Achter het spelelement stak ook een set onderzoeksvragen, ondermeer in samenwerking met de TU Delft: In hoeverre kan uit een serious game het inzicht groeien over de mechanismen van onderling vertrouwen? In hoeverre is onderling vertrouwen bepalend voor de mate van informatie-uitwisseling en dus de effectiviteit van de keten? Leidt de ontmoeting van de deelnemers uit de domeinen in deze spelvorm op zich al tot groei in vertrouwen? Of fungeert het ten minste als katalysator? Het programma IDMK en specifiek deze dag worden georganiseerd met deze onderzoeksvragen in het achterhoofd.
De deelnemers aan de ochtendsessie werden verdeeld over drie tafels met elk vier rollen. Aan tafel 3 namen twee deelnemers per rol plaats, waardoor uiteindelijk zestien deelnemers het spel hebben gespeeld. Vooraf werden de deelnemers bij de hand genomen door de (soms complexe) elementen van het spel; dit gebeurde via een tutorial versie van het spel. De firma InThere (spelleider Daan Groen) nam de deelnemers stap voor stap mee door het spelscenario. Voor de tutorial werd ruim de tijd genomen. Dat was maar goed ook, want tijdens het spelen van de tutorial bleken de deelnemers nog aardig wat tijd nodig te hebben om vertrouwd te raken met de functies en navigatie van het spelprogramma zelf, bovenop de specifieke spelopdracht die het scenario ‘tot leven bracht’. Ondanks een paar onvermijdelijke technische hiccups werd de tutorial uiteindelijk goed doorlopen, en de twee feitelijke spellen (15 rondes ‘traditioneel’ informatie uitwisselen en 15 rondes ‘netcentrisch’ informatie uitwisselen) gingen rond 11:00 van start. Na elk spel volgde een korte gestructureerde set evaluatievragen.
Tijdens het spel werd (soms pijnlijk) duidelijk hoe afhankelijk je van elkaar bent in het adequaat aanpakken van een calamiteit. Veel spelers constateerden dat ze hun taken pas goed konden uitvoeren als informatiepakketjes van anderen binnenkwamen. Zelf informatiepakketjes sturen moest heel gestructureerd in de scenariovolgorde van de ‘themabomen’ gebeuren. De deelnemers kwamen na enige tijd zo diep in het spel te zitten, dat de ‘tafelheren’ ze er aan moesten herinneren dat het niet verboden was om gewoon onderling te overleggen om elkaar te helpen. Tussen tafel 1 en 2 ontstond een zekere concurrentiestrijd wie de meeste ‘samenwerkingspunten’ bij elkaar kon vergaren (dus het meest effectief informatiepakketjes kan uitwisselen). Bij tafel 3 werd vooral de interactie tussen de verschillende betrokken rollen zichtbaar, ook al omdat elke rol door twee deelnemers (vaak uit verschillende domeinen) werd ingevuld.
De deelnemers toonden zich na afloop tevreden tot enthousiast over het spel, en het gebruik van serious gaming in het algemeen. Er waren veel complimenten over wat er aan spelfunctionaliteit in korte tijd was gerealiseerd. De spelvorm biedt op een nieuwe, frisse, verrassende wijze inzicht in de complexiteit van de materie en het (vaak tamelijk onzichtbare) belang van informatie-uitwisseling, in dit geval tussen meerdere ketens die elkaar buiten hun eigen werk weinig opzoeken. Sommigen merkten op dat de vele elementen, tabjes en knoppen het spel erg complex maken, en dat de user interface niet altijd intuïtief is. Dit vormde tegelijkertijd een weerspiegeling van de praktijk van calamiteitenbestrijding, waarin ook de complexiteit hoog is en de doorzichtigheid van de situatie laag.
De algemene conclusie die in de groep werd gevoeld is dat het instrument van serious gaming op een speelse manier urgentiegevoel kan stimuleren voor vertrouwen, samenwerking en informatie-uitwisseling tussen ketens met een gezamenlijk ketenbelang (schoon, vlot en veilig transport als motor van de economie). De interesse om meer met gaming te doen was na vandaag dan ook merkbaar aangewakkerd. Tijdens de prima lunch werd daar veel over doorgedacht en gesproken. Zo werd de meerwaarde van het netcentrisch informatie uitwisselen versus de traditionele manier, voor de één wel duidelijk en voor de ander niet. Het feit dat je informatie krijgt en deelt met de brede groep vergt gewenning en vraagt om onderling vertrouwen. Waarmee we weer terug waren bij de onderzoeksvragen van het programma IDMK.
Enkele quotes van deelnemers:
Na de prima lunch volgde een serie sprekers over het belang van ketensamenwerking en de rol van informatievoorziening daarin. Dagvoorzitter Peter de Bruijn begon met de doelstelling van het overkoepelende programma “Ladinggegevens”. Peter: “Bij calamiteiten in transport moeten hulpverleners adequaat kunnen optreden. Het programma Ladinggegevens toont aan dat publieke en private partijen steeds beter kunnen samenwerken om keteninformatie niet alleen soms, maar continu beschikbaar te hebben. Er is veel positieve energie die zich uit in veel initiatieven. Deze dienen in samenhang verbonden te worden. Er is behoefte aan een nieuw leidend team.”
Jan Lavènvan de gemeente Utrecht is trekker van de roadmap “Geïntegreerde systemen” van de maatschappelijke veiligheidsarena’s van de Rijksoverheid. Ook Jan benadrukte het belang van ketensamenwerking en de rol van informatiemanagement daarin. Chemiepack Moerdijk diende als praktisch voorbeeld: met sensortechnologie had sneller en adequater opgetreden kunnen worden. Zo onderzoekt de subarena “Geïntegreerde systemen” allerlei elementen (sporen) die kunnen bijdragen aan deze ketensamenwerking. Het vijfde spoor onderzoekt het doorbreken van concrete belemmeringen op het intermenselijke vlak. Juist op dit spoor zullen Studio Veiligheid en de subarena Geïntegreerde systemen elkaar de komende tijd blijven vinden.
Jaco Appelman, onderzoeker aan de TU Delft, vatte enige meetresultaten samen van de ochtendsessie. Zo werd sessie 1 gewaardeerd met cijfer 7,4 en sessie 2 met cijfer 8,5. De waardering voor Netcentrisch werken in vergelijking tot de traditionele wijze van informatie uitwisselen was duidelijk hoger. Daarbij mag worden benadrukt dat de motivatie uiteindelijk niet komt uit de keuze tussen ICT-systeem A of B, maar door een verbetering van de werkwijze (de werkprocessen). Arthur Haasbroek van de veiligheidsregio Hollands Midden beaamde dat de tijd rijp lijkt te zijn in de hoofden van steeds meer mensen om netcentrisch informatie te gaan delen.
Michiel Zonnevylle, burgemeester van Leiderdorp en actief betrokken in het landelijk Platform Transportveiligheid, onderstreepte het belang van de programma’s Ladinggegevens en IDMK voor het verbinden van de betrokken ketens. De aanleg van de Betuweroute duurde van 1980 tot 2007; die van de HSL van 1973 tot 2008. Elke partij heeft de neiging om het wiel opnieuw uit te vinden en vooral niet samen te werken. Maar met 700 miljoen ton goederenvervoer per jaar en tienduizenden kilometers aan infrastructuur is ketensamenwerking vandaag de dag niet meer weg te denken. En dat begint al in de pro-actie en preventie, met het vóóraf nadenken over hoe transport en logistiek in alle gevallen schoon, vlot en veilig kan blijven verlopen. Michiel hoopt dat het Platform Transportveiligheid samen met Studio Veiligheid hierop het bewustzijn in de veiligheidsregio’s zal blijven stimuleren.
Pieter Verbakel, van de Douane, zette het onderwerp “papierarm varen” wederom in het zonnetje. Dat verbaasde enkele aanwezigen, want eerdere initiatieven waren gestrand op gebrek aan ketensamenwerking. Waarom zou het nu wel lukken? Pieter beoogde dat er sindsdien op veel terreinen (in technologie en maatschappij) grote ontwikkelingen zijn geweest. En het wordt gewoon noodzaak: met meer dan 100.000 vervoersbewegingen per maand tussen Rotterdam en Antwerpen alleen al, krijgen alle betrokken partijen de enorme hoeveelheid papier simpelweg niet meer verwerkt. Er is alleen wel een ‘haantje de voorste’ nodig die als katalysator gaat fungeren. De douane neemt nu die rol in de pilot Papierarm varen tussen Rotterdam-Antwerpen v.v.
Fernanda van Opstalvan Maersk hield een kort maar krachtig betoog over uitdagingen in ketenregie. Hoe ga je het ketenproces verbeteren als niemand de baas is? Antwoord: vanuit het gezamenlijk gevoelde ketenbelang – met een klein clubje beslissingsbevoegde enthousiastelingen – in behapbare stappen zichtbare resultaten boeken. In het verleden ontbrak het te vaak aan het ‘beslissingsbevoegd zijn’ van de initiatoren, vandaar dat zij die nu benadrukt. Fernanda is ambassadeur van Studio Veiligheid en ziet hierbij voor de stichting een belangrijke rol als onafhankelijke ketenregisseur.
In de paneldiscussie die volgde, werd nader ingegaan op de vraag hoe het bedrijfsleven de gegevensuitwisseling in de keten kan stimuleren. Een stevige lobby op Europees niveau werd als eerste genoemd. Maar dan wel een lobby door de grote jongens: kleine partijen investeren niet snel zelf. Michiel Zonnevylle voegde er aan toe dat de wetgever steeds vaker wacht op ‘het veld’: zodra zij het onderling eens zijn, zijn afspraken ‘af te zegelen’ in wetgeving; niet andersom.
Roel Geus van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond vatte de dag samen door te stellen dat onderling vertrouwen in de keten niet ontstaat door het samen spelen op zich, maar veel meer door gezamenlijk te oefenen in de praktijk. Een spel stimuleert wel de ontmoeting tussen partijen die elkaar buiten hun eigen werkprocessen weinig opzoeken. Of, zoals Anton van Hattem van Miscobiva het samenvatte: van wantrouwen naar vertrouwen, dat is de ketenopgave de komende tijd.
De dagvoorzitter sloot de dag af met de afspraak dat de partijen de resultaten die de afgelopen jaren behaald zijn, zullen bundelen, consolideren en uitbouwen om zo snel mogelijk tot concreet werkende oplossingen te komen voor informatie-uitwisseling in de ketens. Dat is geen eenvoudige taak, maar als we er samen de schouders onder zetten, dan moet het lukken.
Voor meer informatie betreffende het programma “Ladinggegevens”, het onderzoeksprogramma Identity Management in de keten en het spelen van de IDMK game kunt u terecht op de site van Studio Veiligheid: www.studioveiligheid.net of via de mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. .
Met vriendelijke groet,
Peter de Bruijn Bestuurder Studio Veiligheid |
